Skip to Main Content
Universiteitsbibliotheek

Onderzoeksvaardigheden - Gevorderd

In deze training academische vaardigheden leer je je informatiebehoefte bepalen, bronnen te vinden en beoordelen en informatie te verwerken.

Onderzoeksopzet

Op basis van dit voorwerk (de oriëntatie) kun je aan de slag met het maken van een onderzoeksopzet. In je onderzoeksopzet leg je vast wat je gaat onderzoeken, hoe je dat gaat doen, in welk tijdsbestek en wat het doel is van je onderzoek. Dit wordt ook wel de plan-fase genoemd. Een onderzoeksopzet bevat meestal:

  • Titelblad: werktitel, je naam, je opleiding, naam docent, datum.
  • Aanleiding en achtergrond van het onderzoek.
  • Probleemstelling die bestaat uit vraagstelling en doelstelling. Wat, waarom, voor wie, welk deel en waar. Wat ga je onderzoeken en waarom ga je dit onderzoeken.
  • Operationalisering (werkbaar maken) van de begrippen en de door jou gekozen theoretie. In je opzet is dit een begin van je theoretisch kader dat je tijdens je onderzoek verder uitwerkt en aanvult. Duidelijk moet zijn welke theoretische invalshoek je kiest en waarom.
  • Methodologisch deel waarin je uitlegt hoe je het onderzoek gaat doen. Wat is je werkwijze, welke onderzoeksmethoden ga je gebruiken en waarom.
  • Wetenschappelijke en maatschappelijke relevantie. Wat wil jij bijdragen aan de wetenschap en aan de maatschappij middels deze scriptie?
  • Voorgenomen hoofdstukindeling van je scriptie. Hier geef je de structuur en de opbouw van je scriptie weer. Probeer titels te verzinnen die de lading van de tekst dekken maar wel kort en krachtig zijn.
  • Tijdsplanning. Geef hier ook aan wanneer je actie of hulp verwacht van je docent. Denk om de gouden regel: hou het tempo er in.
  • Voorlopige literatuurlijst

In deze module zullen we de probleemstelling en tijdsplanning verder behandelen.